Lofzang op Maria's Musical

De lofzang op Maria’s musical (een beetje naar Gezang 66)

 

Onze ziel verheft jullie eer.

Onze geest wil, met een grote veer,

Jullie goede zangers noemen!

Jullie bleven gezamenlijk van de straat,

hebben vrije zondagavonden versmaad,

om Maria’s verhaal te roemen.

 

Over wat jullie hebben gedaan

Zal heel Meppel voortaan

Overal de loftrompet steken:

want zo’n musical dat is,

zo bleek nu hij vertoond is,

een huzarenstuk gebleken.

 

Decorbouwers van naam

met kledingnaaisters tesaam,

daar kun je wat van verwachten.

Wij hadden hier een grandioze tijd,

door jullie kunsten voorbereid,

zelfs meer dan wij verwachtten

 

De regisseur bleek groot.

Een dirigent die van zijn werk genoot!

Solisten gooiden hoge ogen!

Hun stemmen bekoorden zeer.

En morgen willen wij hen weer

met koor en al verhogen.

 

De muziek vulde goed,

vanaf papieren overvloed,

onze luistergrage oren.

Wij zien de muzikanten aan

en laten hen niet zomaar gaan:

ons applaus moge ook hen bekoren

 

Wij leerden hier: Maria trok de Heer zich aan.

Hij liet haar niet hulploos staan.

En wij mogen met haar nog troost verwachten:

het geloof in haar Zoon maakt ons bereid

om alles te verwachten van Gods barmhartigheid

voor duizenden geslachten!